Een complete ervaring; met naadloos hierop aansluitende vormgeving en passende interactie dat het gevoel van tevredenheid creëert.

De goddelijke verhouding

Het universum bevat een scala aan raadsels om te doorgronden. Veel mensen zijn hier al mee bezig. Natuurkundigen sturen diverse sondes de ruimte in, plantkundigen bestuderen de geheimen van de natuur en wetenschappers bestuderen DNA. Allen zijn ze het eens over één ding: het leven is complex en op zijn minst mysterieus. Ze kijken allemaal naar ontelbaar veel verschillende vormen en ritmes in een poging patronen, relaties en verklaringen te ontdekken. Kunnen we niet een aanwijzing of formule vinden die de sleutel vormt tot een eenduidig principe?

De gulden snede (φ) is een verhouding die de fascinatie van generatie na generatie opwekte. Het is de verhouding van het getal “1” tot het irrationele “1.618034…”. Dit verdeeld een lijnstuk, vlak of lichaam in twee ongelijke delen en wel zodanig dat de verhouding tussen het hele lijnstuk (A-B) en het grotere deel (A-C) gelijk is aan de verhouding tussen het grotere (A-C) en het kleinere deel (C-B). De gulden snede is ook te omschrijven als een reeks van getallen die steeds groter worden door de twee laatste getallen bij elkaar op te tellen (Fibbonaci reeks).

De gulden snede

Uiteindelijk betekent dit gewoon dat er een relatie is die kan worden bewezen met getallen. Maar die relatie vormt ook de grondslag van een heleboel dynamische vormen die in de natuur voorkomen en die rechtstreeks kunnen worden vertaald naar de regels die beeldende kunstenaars in hun werken toepassen. Bovendien schijnen de harmonische beginselen ervan te worden geaccepteerd als fundamentele waarheden in de spirituele wereld en wordt de relatie tot ons dagelijks leven aangetoond in de verhoudingen van ons eigen lichaam.

Over het gebruik van deze verhouding zijn vele artikelen geschreven. Echter volgt er nooit een uitleg waarom dit zou moeten gebeuren. Het geloof is dat de mythe achter deze “geheime code” erg oud is—dat dit het occulte geloof is van de oudheden. Feit is dat het echter vrij modern is en niet de oorsprong heeft bij bijvoorbeeld Pythagoras of het oude Egypte, maar eerder bij de rusteloze mannen van de Romantiek.

Sommige denkers uit de Renaissance zagen een mystieke betekenis in de verhouding en noemden dit de goddelijke proportie. De opvatting van de verhouding was toentertijd echter heel anders dan de moderne opvatting. Om te beginnen waren dit rekenkundigen met een sterk christelijk Platonisch wereldbeeld. De gulden snede was goddelijk omdat het belangrijk was bij de bouw van de Platonische lichamen of polyhedrons en niet omdat het zo’n esthetische vorm is.

Modern aanhangers van de gulden snede voelen zich vooral aangetrokken tot de geometrie ervan. De nadruk ligt op het gebruik van “Gouden Rechthoeken”. Dit zijn rechthoeken waarbij de zijkanten een verhouding hebben die gelijk is aan de gulden snede. Gouden Rechthoeken, zeggen ze, worden gezien als de meest esthetisch plezierige van alle rechthoeken en daarom werden deze gebruikt in de architectuur van bouwwerken uit de klassieke oudheid, voornamelijk bij het Parthenon in Athene.

In werkelijkheid is er geen greintje bewijs te vinden voor deze uitspraak. Als we de tempel nader inspecteren blijkt het dat de zuilen verschillende hoogten hebben en ongelijke tussenruimten hebben. Daarnaast is er goede reden om te denken dat de Grieken waarschijnlijk niet de gulden snede gebruikten in hun architectuur. Ten eerste is het getal erg irrationeel en hierdoor extreem lastig te gebruiken met hun rekensysteem van hele getallen en verhoudingen.

Naast het gebruik van de gulden snede door de mensheid, zou het ook in de natuur een veel voorkomend fenomeen zijn. Een wezen wat enorm is misbruikt door de gulden snede aanhangers is de arme oude Nautilus Pompilius. Alsof het bijna uitsterven nog niet erg genoeg is, wordt de schelp van dit dier—familie van de inktvis—gebruikt als een merkteken door grafisch ontwerpers. Zij falen nooit om het als afbeelding te gebruiken bij een artikel of boek dat ook een maar een klein beetje verwijst naar de gulden snede.

Nautilus curve

Er is geen twijfel mogelijk over dat de nautilus spiraal wiskundig erg interessant is. D’arcy Thompson wees in zijn klassieker uit 1917 “On Growth and Form” erop, dat de schelp groeit in de vorm van een logaritmische of gelijkhoekige spiraal wat het dier de mogelijkheid geeft te groeien zonder zijn vorm te hoeven veranderen.

De logaritmische spiraal is een elegante curve, maar er is geen echte verbinding met de gulden snede. Er zijn zoveel mogelijke manieren om een logaritmische spiraal af te beelden dat er ook een vorm bestaat die lijkt op die van de betreffende schelp.

De schuldige van deze hele hype is Adolf Zeising. In 1855 bracht hij een boek uit over dit onderwerp waarin allerlei zaken ten slachtoffer vielen aan de gulden snede. De verhoudingen van het menselijk lichaam zouden ook hierop gebaseerd zijn. De lengte van een persoon gedeeld door de lengte van de navel tot aan de tenen resulteert in de gulden snede. Ook zou de lengte van een gezicht gedeeld door de breedte zou hierop uitkomen. Wanneer je iets zo complex opmeet als het menselijk lichaam, is het heel gemakkelijk allerlei verhoudingen hieraan te verbinden en is er geen reden conclusies te trekken over de gulden snede.

Of de gulden snede wel of geen esthetische waarheid is kan geen conclusie op gegeven worden, maar een geheime code is het in ieder geval niet. Vooral op het gebied van web design is het niet toepasbaar, aangezien het web een medium is van verzetting. Inhoud is niet gebonden aan een bepaald apparaat, scherm, browser, en het meest belangrijke, een standaard formaat. Hierdoor kun je van tevoren niet voorspellen hoeveel van de inhoud in de eerste instantie te zien is. Als het scherm van een bezoeker hun verhinderd alles van de lay-out te kunnen zien, gaat het effect al grotendeels verloren.

2 reacties

  • Ik dacht altijd dat het gebruik van de Gulden Snede verantwoord wordt en samenhangt met wat Norman ‘perceived affordances’ noemt; Door aan te sluiten op al bestaande associaties in onze hersenen die wij als (empirisch) mens in de wereld (bewust of onbewust) uit de natuur meekrijgen, kan een abstract iets als een digitale interface misschien (onbewust) logischer of natuurlijker ervaren worden.

    Maarja, dat de hele natuur gebaseerd is op dezelfde ratio lijkt een beetje vergezocht, een schelpje hier en daar ngelaten.

    In the end zie ik het niet meer als een mooi geometrisch patroon, wat eigenlijk al reden genoeg is om van te houden en stiekem te gebruiken.

  • Hmhm dat was eigenlijk ook het punt met dit stuk. De gulden snede is geen ultieme waarheid, maar meer wat in de Renaissance ermee werd bedoeld, een verhouding die de basis vormt van een mooi geometrisch patroon.

    Wat je zegt over Norman klopt wel, maar ik heb deze associatie ermee nergens kunnen ontdekken. Percieved affordances zijn simpel gezegd de eigenschappen die een object heeft of lijkt te hebben. De gulden snede is een verhouding die zogenaamd een belangrijk esthetische waarde heeft omdat we het zovaak terug vinden in de natuur. Daardoor kan deze idd logischer of natuurlijker worden ervaren. Maar ik vind dit allemaal maar zoekwerk, want met elke verhouding kan ik een miljoen dingen vinden in de natuur waarschijnlijk.

    Verschillende wetenschappelijke testen over de ‘gouden rechthoek’ tonen ook aan dat deze rechthoek niet eens het beste uit de test komt. Andere verhoudingen werken net zo goed.

    Maargoed, die obsessie binnen webdesign om alles in verhoudingen van 1.62 te doen is uiteindelijk nergens op gebaseerd. Sommigen gaan zelfs zo ver door fontgrootte, regelhoogte en lay-outs ook in deze verhouding te ontwerpen. Niks mis mee, maar het maakt een website niet automatisch esthetisch (mede doordat de inhoud niet vastzit aan een bepaald stramien, op de iPhone ziet het er anders uit dan op een pc).

Doe ook mee aan de discussie!